Huilcurve baby: waarom het bekende plaatje uit 1962 niet klopt

De huilcurve baby: waarom het bekende plaatje niet klopt

Waarschijnlijk heb je de grafiek, de huilcurve baby weleens gezien. Een vloeiende lijn die oploopt vanaf de geboorte, piekt rond zes weken en daarna netjes afzakt richting drie maanden. De huilcurve van je baby, in één oogopslag. Hij hangt op consultatiebureaus, staat in folders en wordt op social media eindeloos doorgeplaatst.

Er is alleen iets mee aan de hand. Die grafiek komt uit 1962. En recenter onderzoek, met duizenden baby’s in plaats van tachtig, laat een ander beeld zien. Dat klinkt als een detail voor wetenschappers. Het is het niet. Want als jij denkt dat week zes het dieptepunt is en het niet overgaat, dan voelt week zeven alsof jij iets niet goed doet. En dat is precies waar veel ouders vastlopen.

In deze blog wordt gesproken over ‘hij’ als het gaat over de baby. Vanzelfsprekend worden hier alle baby’s bedoeld, los van gender.

Wat is de huilcurve baby eigenlijk?

De huilcurve baby is een weergave van hoeveel een baby gemiddeld huilt in de eerste maanden. Het idee erachter is geruststellend bedoeld: huilen is geen probleem dat opgelost moet worden, het is een fase met een begin en een einde.

Dat uitgangspunt klopt. Baby’s huilen in de eerste maanden meer dan daarna. Dat is normaal en het gaat over. De vraag is alleen hoe die periode er precies uitziet. En daar wijkt het bekende plaatje af van wat we inmiddels weten.

Waar die bekende grafiek vandaan komt

De curve gaat terug naar het onderzoek van kinderarts T. Berry Brazelton uit 1962. Hij vroeg tachtig moeders uit één particuliere praktijk in Massachusetts om bij te houden hoeveel hun baby huilde in de eerste twaalf weken. Uit die gegevens kwam de lijn die we nu allemaal kennen. Oplopend tot ongeveer zes weken, daarna dalend.

Voor 1962 was dat waardevol werk. Het was een van de eerste keren dat iemand systematisch vastlegde hoeveel gezonde baby’s huilen. Sindsdien is dat beeld overgenomen in voorlichtingsmateriaal over de hele wereld.

Wat daarbij uit beeld raakte: het ging om tachtig gezinnen, uit één praktijk, in één stad, in één land en in één tijd.

Wat recenter onderzoek laat zien

In 2017 legde een onderzoeksteam onder leiding van professor Dieter Wolke achtentwintig studies naast elkaar, samen goed voor bijna negenduizend baby’s uit zeven landen. Zij zochten specifiek naar die piek rond zes weken.

Statistisch vonden ze die niet. Er bleek geen bewijs voor een universele toename over de eerste zes weken die uitmondt in een piek. Wel liepen de gemiddelden licht op: rond twee uur per etmaal in de eerste twee weken, iets meer dan twee uur en een kwartier rond zes weken, en een uur en tien minuten rond week twaalf.

In 2022 volgde een groter onderzoek: zevenenvijftig studies uit zeventien landen, met ruim zevenduizend baby’s. Daaruit kwamen twee mogelijke patronen naar voren die allebei even goed bij de gegevens pasten. Ofwel een piek rond vier weken, met gemiddeld honderd minuten huilen per etmaal. Ofwel constant veel huilen vanaf de kraamperiode tot ongeveer acht weken, gemiddeld zesentachtig minuten, gevolgd door een daling naar zesenveertig minuten.

Twee verschillende vormen dus, die met dezelfde gegevens allebei kloppen. Wat in beide gevallen hetzelfde is: rond acht weken begint het duidelijk af te nemen.

huilcurve baby

Geen piek, maar wel een periode

Het lijkt alsof je baby steeds meer gaat huilen, in één steile lijn naar de hoogste top van de berg. In werkelijkheid is het eerder een periode waarin baby’s gemiddeld meer huilen. Die begint vaak rond de tweede week duurt het tot ongeveer acht weken voordat het merkbaar zakt, zoals uit beide onderzoeken blijkt. De spreiding daarbij loopt van vijf tot elf weken. Dit geeft een realistischer beeld van wat je als ouder kunt verwachten.

Als ik dit naast de verhalen van ouders legt, klopt het opvallend goed. Vrijwel niemand vertelt me achteraf dat er één zware week was.

Waarom dit uitmaakt

Stel dat je gelooft dat week zes het zwaarste punt is. Je telt af, je houdt vol en denkt: nog even. En dan komt week zeven. En week acht. En het is niet minder geworden.

Op dat moment gebeurt er iets wat ik regelmatig zie. Ouders concluderen dan zelf dat het aan hen ligt. Dat ze het verkeerd doen. Dat er iets mis is met hun baby of met henzelf. Want de grafiek zei toch dat het nu zou zakken. Terwijl er niets aan de hand is. Ze zitten gewoon nog in ‘de periode’.

Verkeerde verwachtingen maken een zware periode zwaarder. Dat is de reden dat ik hier aandacht aan besteed. Niet omdat de grafiek slordig is, wel omdat ouders zich eraan meten.

Elke baby heeft zijn eigen piek in de huilcurve

Nog iets wat het bekende plaatje niet laat zien: de verschillen tussen baby’s zijn enorm.

Achter elk gemiddelde van twee uur per etmaal zijn er baby’s die drie kwartier huilen en baby’s die drie uur, met een uitloop tot vijf uur, huilen. Beide worden als normaal gezien.

Wat die verschillen bepaalt, is maar deels te beïnvloeden. Genen kunnen een rol spelen. Ook reageert elke baby anders op prikkels: hoeveel hij verdraagt en hoe lang hij nodig heeft voor herstel. Hoe de bevalling en de geboorte zijn verlopen, kunnen ook meespelen. Bevallen doet de moeder, geboren worden hoort bij de baby en dat kan soms meer van invloed zijn dan je denkt. Dat is de reden dat ik daar altijd naar vraag en dat ik tegelijk kijk waar er spanning zit.

Wat hier niet wordt bepaald: of jij een goede ouder bent. Een baby die veel huilt, is geen bewijs dat jij iets verkeerd doet.

Huilen is communicatie

Er zit nog een aanname onder die grafiek die zelden wordt uitgesproken: dat huilen iets is om doorheen te komen. Iets is wat moet stoppen.

Huilen is het eerste communicatiemiddel dat je baby heeft. Het is het enige signaal dat hard genoeg is om altijd door te komen. En het komt bijna nooit uit het niets.

Voordat een baby huilt, geeft hij meestal al iets aan. Zijn ademhaling verandert, zijn bewegingen worden onrustiger, hij kijkt weg, zijn handen spannen zich. Dat zijn de signalen die eraan voorafgaan.

Als je die leert zien, verschuift er iets. Je reageert eerder, waardoor je baby minder vaak helemaal overstuur hoeft te raken om gehoord te worden. Dat maakt het huilen niet nul. Het maakt de weg ernaartoe wel korter en zachter.

Waarom baby’s in sommige landen minder huilen

Er zit nog iets in dat onderzoek uit 2017 dat je waarschijnlijk niet verwacht. De verschillen tussen landen zijn groot en Nederland komt er niet goed uit. Baby’s huilden het meest in het Verenigd Koninkrijk, Italië, Canada en Nederland. Het minst in Denemarken, Duitsland en Japan. Rond vijf tot zes weken hoorden Nederlandse baby’s bij de onrustigste van allemaal.

Ook de koliekcijfers verschilden sterk. In Japan lag het percentage op 2,1 procent rond vijf tot zes weken, in Denemarken op 5,5 procent rond drie tot vier weken. In Canada liep het op tot 34,1 procent en in het Verenigd Koninkrijk tot 28 procent.

Waar dat verschil vandaan komt, is niet bewezen. Een van de verklaringen die onderzoekers noemen, is de manier waarop baby’s in die landen worden gedragen en vastgehouden. Veel huid-op-huid contact, veel dragen en weinig alleen laten liggen.

Dit is dus een theorie, geen conclusie. Ik noem het omdat het aansluit bij iets wat we wel goed begrijpen: wat aanraking doet in het lichaam van een baby.

Wat aanraking doet met het zenuwstelsel van je baby

Een pasgeboren baby kan zichzelf nog niet kalmeren. Het systeem dat daarvoor nodig is, is nog niet af. Het wordt in de eerste jaren gebouwd, en het wordt gebouwd in contact met jou.

Als je baby overstuur raakt, stijgt zijn stresshormoon cortisol en raakt zijn zenuwstelsel geactiveerd. Wat hij dan nodig heeft, is iemand die rustiger is dan hij. Jouw hartslag, jouw ademhaling, jouw aanraking geven hem iets om op terug te vallen.

Dat proces heet co-regulatie. Aanraking is er een van de krachtigste vormen van. Rustige, voorspelbare aanraking verlaagt cortisol, verhoogt oxytocine en ondersteunt het vermogen van het zenuwstelsel om terug te keren naar rust.

Wat dat praktisch betekent: je hoeft het huilen niet te stoppen om iets te doen dat werkt. Aanwezig zijn is al werkzaam.

Wat je kunt doen tijdens de periode

Een paar dingen die in de praktijk het verschil maken.

  • Rust eerst bij jezelf. Adem drie keer rustig in door je neus en langzaam uit door je mond voordat je je baby oppakt. Die volgorde is niet willekeurig. Jouw rust is wat je overdraagt.
  • Aanraking zonder doel. Leg je hand stil op zijn borst of rug en laat hem daar liggen. Niet wrijven, niet kloppen. Alleen warmte en gewicht.
  • Draag hem meer dan je denkt dat nodig is. Dicht tegen je lichaam, in een draagdoek of op de arm (tigerhold). Dit is waar de cijfers uit Denemarken en Japan naar wijzen.
  • Verlaag de prikkels. Minder licht, minder geluid, minder handen. Een baby die veel of langt huilt is vaak een baby die veel binnenkrijgt.

En dan de belangrijkste: reageren op zijn huilen is geen verwennen. Een baby van een paar weken kan niet manipuleren. Hij kan alleen signaleren. Elke keer dat je komt, voelt hij zich gezien en gehoord. Dit draagt bij aan het gevoel van veiligheid.

Wanneer je aan de bel trekt

Huilen hoort erbij. Er zijn situaties waarin je het toch wilt laten nakijken.

  • Het huilen verandert plotseling van karakter, klinkt schril of hoog of komt in combinatie met koorts, braken, slecht drinken of een baby die juist opvallend suf is.
  • Je baby komt onvoldoende aan.
  • Je hebt het gevoel dat er iets niet klopt, ook zonder dat je het kunt benoemen. Dat moedergevoel is informatie.

Neem in deze gevallen contact op met je verloskundige, het consultatiebureau of je huisarts.

Nog iets waar ik niet omheen wil. Er komen momenten waarop het huilen te veel wordt. Dat voelt heel naar, je vindt jezelf misschien wel zwak. Dat is het niet, het is menselijk. Leg je baby op zo’n moment veilig neer in bed, loop de kamer uit en haal adem. Een paar minuten huilen in een veilig bed is niet schadelijk. Vraag hulp als je merkt dat je vaker aan die grens komt.

Terug naar de huilcurve baby

Ik zeg niet dat de huilcurve onzin is. Het idee erachter klopt: er is een periode van veel huilen en die gaat voorbij. Wat niet klopt, is de verouderde curve. Geen scherpe piek in week zes, wel een lange strook van ongeveer twee maanden waarin het gewoon veel kan zijn. En daarna, rond acht tot negen weken, een afname die je echt gaat merken.

Meer over huilen en aanraking in de eerste 1000 dagen

Wil je leren hoe je met bewuste aanraking rust brengt bij je baby? In de babymassagecursus bij The Happy Baby leer je precies dat. Hoe je de signalen van je baby leest, welke bewegingen je gebruikt bij een gespannen buik, en hoe jouw eigen rust daarin de basis vormt.

De cursus is beschikbaar als groepscursus of privécursus, op locatie in Nijmegen Noord of bij jou thuis. Geschikt voor baby’s vanaf 6 weken tot ongeveer 9 maanden. Mooie start voor baby’s die in de huilcurve zitten.

Meer over bewust ouderschap en de eerste 1000 dagen vind je op thehappybaby.nl

 


Naar de babymassagecursus

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *